File : MM23SPEC.TXT
Datum: 19 september 1991
Door : Ries Vriend / Ramon van der Winkel - (c) MST
---------------------------------------------------

Deze tekst bevat de informatie die nodig is voor het schrijven 
van MemMan 2.3 toepassingsprogramma's. Voor specifieke 
specificaties omtrend het programmeren van TSR's wordt echter 
verwezen naar de technische documentie die te vinden is op de 
`TSR-Development disk'. Hierop staan de volledige TSR 
specificaties en enkele TSR ontwikkel tools. Deze disk kan 
besteld worden bij het MST, zie voor meer informatie hierover 
de LezersService van MSX Computer Magazine.


MEMMAN versie 2.3 - specificaties
=================================

Wijzigingen in MemMan 2.3 ten opzichte van versie 2.2:

- De functie XTsrCall (61) is toegevoegd. Deze functie werkt 
  identiek aan de functie TsrCall (63), het Tsr-ID wordt 
  echter verwacht in register IX in plaats van BC. Hierdoor 
  komt register BC vrij om als invoerparameter gebruikt te 
  worden.

- Door middel van de functie Info (50) kan het adres worden 
  opgevraagd waarop XTsrCall rechtstreeks kan worden 
  aangeroepen.

- De funtie status (31) is verbeterd. De totale hoeveelheid 
  bruikbaar werkgeheugen in de computer wordt nu correct 
  gemeld, ook onder MSX-DOS2.

- De Alloc (10) functie herkent nu ook geheugen dat 
  beschikbaar komt wanneer de DOS2 RAMdisk wordt verwijderd of 
  verkleind! Het maakt daarbij niet meer uit of de RAMdisk 
  wordt aangemaakt voor- of nadat MemMan werd genstalleerd.

- De interne stack van MemMan die gebruikt worden om 
  functieaanroepen te verwerken is vergroot tot 240 bytes, in 
  plaats van 160. In de praktijk bleek dat de functiestack van 
  MemMan 2.2 te krap was om geneste "tsrCalls" te verwerken.


Gebruikte terminologie
----------------------

Segment - Geheugenblok van 16kB. Segmenten komen voor in 
          Pagina specifieke segmenten (PSEG) en Flexibele 
          segmenten (FSEG). De Flexibele segmenten kunnen op 
          de pagina's 0,1 en 2 worden aangeschakeld. De Pagina 
          specifieke segmenten alleen op hun eigen pagina. Er 
          zijn drie soorten pagina specifieke segment: 
          PSEG0000, PSEG4000 en PSEG8000. Ze zijn op 
          respectievelijk pagina 0,1 en 2 aanschakelbaar.

Heap    - Blok geheugen in pagina 3 (ergens tussen &HC000 en 
          &HFFFF) waarvan MemMan toepassingsprogramma's een 
          stuk aan kunnen vragen en daarna vrij mogen 
          gebruiken.

FastUse - Zelfde als Use, maar dan het adres waarop de routine 
          direct aan te roepen is in pagina 3.

UnCrash - Om te voorkomen dat segmenten aangevraagd zijn en 
          door een crash van een programma nooit meer vrij 
          zouden worden gegeven, voert de IniChk routine een 
          unCrash uit. Hierbij worden alle segmenten weer 
          vrijgegeven. Het unCrashen van een segment is te 
          voorkomen door een segment de Reserved status te 
          geven. Dit kan met de functie SetRes (11). Normaal 
          gesproken hoeft een segment niet de Reserved status 
          gegeven te worden.


De principes

MemMan verdeelt het aanwezige geheugen in segmenten van 16 kB. 
Voordat een segment gebruikt mag worden moet het worden 
aangevraagd. Na gebruik dient het weer te worden vrijgegeven. 
Er zijn twee soorten segmenten: de zogenaamde 
pagina-specifieke ofwel PSEG's en de flexibele FSEG's.

PSEG's zijn segmenten die aangevraagd worden voor het gebruik 
op een bepaalde pagina, bijvoorbeeld van &h4000-&h7FFF of van 
&h8000-&hBFFF. Wanneer er een PSEG aangevraagd wordt zal 
MemMan zo mogelijk geheugensegmenten toewijzen die niet in een 
memory-mapper zitten.

FSEG's zijn segmenten die op elke willekeurige pagina kunnen 
worden ingeschakeld. Deze segmenten komen altijd uit memory 
mappers. Welk soort segment er ook aangevraagd wordt, MemMan 
zal een 16-bits 'segmentcode' teruggeven. Deze segmentcode is 
weer nodig bij het inschakelen of het weer vrijgeven van het 
segment. Wie alleen maar geheugen nodig heeft in het gebied 
van &h8000 tot &hBFFF kan dus het beste PSEG's aanvragen. 
MemMan gebruikt dan eerst zoveel mogelijk geheugen uit de 
'oude' 16- en 64 Kb modules en gaat dan de mapper gebruiken.

Met behulp van MemMan hoeft er dus nooit meer naar geheugen 
gezocht te worden. Simpelweg een pagina aanvragen, gebruiken 
en uiteindelijk weer vrijgeven. Zo eenvoudig is dat.
Overigens is er een pagina die zich met MemMan niet laat 
schakelen. Pagina 3 bevat behalve de MemMan code zelf ook de 
stack (meestal) en een grote hoeveelheid systeemvariabelen. Er 
zitten nogal wat haken en ogen aan het wegschakelen van dat 
alles.


Functieomschrijving MemMan 2.3
------------------------------

MemMan functies kunnen worden uitgevoerd door een aanroep van 
de `Extended BIOS' of EXTBIO hook, op adres &HFFCA. Het device 
ID van MemMan - 'M' oftewel &H4D - moet in register D worden 
geplaatst. Register E dient het MemMan functienummer te 
bevatten. Na aanroep van een MemMan functie kunnen alle 
registers gewijzigd zijn, behalve indien het tegendeel wordt 
vermeld bij de functie-omschrijving.

Omdat de EXTBIO hook gebruikt wordt voor diverse systeem 
uitbreidingen zoals Kanji en RS232 interfaces, is het mogelijk 
dat MemMan functie-aanroepen bijzonder langzaam verwerkt 
worden. De prestaties van de MemMan toepassingsprogramma's 
kunnen aanmerkelijk worden verhoogd door functie 
afhandelingsroutine van MemMan rechtstreeks aan te roepen, in 
plaats van de EXTBIO hook. Het adres waarop de functie 
afhandelingsroutine aangeroepen kan worden, kan worden 
opgevraagd via de info functie (50).

De meeste MemMan functies bevinden zich in een apart 
geheugensegment in pagina 1. Deze functies schakelen over op 
een een interne stack, waardoor MemMan toepassingsprogramma's 
met een betrekkelijk kleine stack kunnen volstaan. Door een 
MemMan functie worden maximaal twintig bytes op de stack van 
het toepassingsprogramma geplaatst. Dit geldt echter alleen 
indien de functie rechtstreeks, of via de MemMan 
functie-afhandelingsroutine wordt aangeroepen.

Een functie-aanroep via de EXTBIO hook kan echter een 
bijzonder grote stack vereisen. Dit wordt veroorzaakt doordat 
alle uitbreidings-modules die aan de EXTBIO hook gekoppeld 
zijn elkaar aanroepen, net zo lang totdat n module de 
functieaanroep herkent. Wanneer er tussendoor ook nog 
interrupts afgehandeld worden, kan het stackgebruik sterk 
oplopen. Al met al kan gesteld worden dat er bij een aanroep 
van de EXTBIO hook minimaal 250 bytes stackruimte beschikbaar 
moet zijn.

Het is derhalve verstandig om via de info functie (50) het 
adres op te vragen van de routine die de MemMan functie 
aanroepen afhandelt. Wanneer deze routine vervolgens 
rechtstreeks aangeroepen wordt, wordt de verwerkingssnelheid 
verhoogd en blijft het stack-gebruik beperkt.

De interruptstand blijft na een MemMan functie-aanroep in 
meeste gevallen ongewijzigd. Sommige functies zoals de diverse 
(Fast)Use functies schakelen de interrupts echter uit. Wanneer 
een MemMan functie werd aangeroepen met de interrupts uit, zal 
MemMan nooit terugkeren met de interrupts ingeschakeld.
Deze eigenschap is bijvoorbeeld van belang voor TSR 
programma's die slechts een zeer kleine stack ter beschikking 
hebben. Zo lang de interrupts uit staan, kunnen alle MemMan 
functies zonder problemen worden uitgevoerd, mits de functie 
verwerkingsroutine van MemMan rechtstreeks wordt aangeroepen. 
Wanneer de interrupts echter aan staan is een grote stack 
vereist, omdat de interrupt-verwerkingsroutine enkele 
tientallen bytes op de stack plaatst.


Naam   : Use0
Nummer : 0
Functie: Aanschakelen van een segment op pagina 0 (adresgebied 
         0000..3FFF)
In     : HL = Segmentcode
Uit    : A  = Resultaatcode (-1 = Mislukt, 0 = Gelukt)

Het inschakelen van een segment in pagina 0 is alleen mogelijk 
indien het segment de MSX-standaard slot-schakel entry points 
bevat.

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook. Deze functie mag alleen worden uitgevoerd door een 
     rechtstreekse aanroep van de MemMan functie 
     afhandelingsroutine of de FastUse0 functie. De adressen 
     waarop deze routines aangeroepen kunnen worden, kunnen 
     via de info functie (50) worden verkregen.


Naam   : Use1
Nummer : 1
Functie: Aanschakelen van een segment op pagina 1 (adresgebied 
         4000..7FFF)
In     : HL = Segmentcode
Uit    : A  = Resultaatcode (-1 = Mislukt, 0 = Gelukt)

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook. Deze functie mag alleen worden uitgevoerd door een 
     rechtstreekse aanroep van de MemMan functie 
     afhandelingsroutine of de FastUse1 functie. De adressen 
     waarop deze routines aangeroepen kunnen worden, kunnen 
     via de info functie (50) worden verkregen.


Naam   : Use2
Nummer : 2
Functie: Aanschakelen van een segment op pagina 2 (adresgebied 
         8000..BFFF)
In     : HL = Segmentcode
Uit    : A  = Resultaatcode (-1 = Mislukt, 0 = Gelukt)

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook. Deze functie mag alleen worden uitgevoerd door een 
     rechtstreekse aanroep van de MemMan functie 
     afhandelingsroutine of de FastUse2 functie. De adressen 
     waarop deze routines aangeroepen kunnen worden, kunnen 
     via de info functie (50) worden verkregen.


Naam   : Alloc
Nummer : 10
Functie: Aanvragen van een segment
In     : B  = Segment voorkeuze code
Uit    : HL = Segmentcode. (0000 = Geen segment meer vrij)
         B  = Segmentsoort code (-1 = FSeg, 0 = PSeg)

Segment voorkeuze code overzicht (Register B):

  Bit 7 6 5 4 3 2 1 0
      ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
      | | | | | | | |
      | | | | | | +-+--> Segment Type. 00 = PSEG0000
      | | 0 0 0 0                      01 = PSEG4000
      | |                              10 = PSEG8000
      | |                              11 = FSEG
      | +--------------> 1 = Prefereer TPA oftewel het
      |                      standaard MSXDOS RAM slot
      +----------------> 1 = Prefereer ongexpandeerd (dus
                             snel) slot

De bits 5 tot en met 2 zijn niet gebruikt en moeten 0 zijn.

Mocht een PSEG type aangevraagd, maar niet beschikbaar zijn 
wordt - indien mogelijk - een FSEG ter beschikking gesteld die 
dan het PSEG kan vervangen.


Naam   : SetRes
Nummer : 11
Functie: Segment de Reserved status geven
In     : HL = Segmentcode

Geeft een segment de `Reserved-status'; zodat het segment niet 
automatisch wordt vrij gegeven na aanroep van de IniChk 
routine. Normaal gesproken hoeven programma's de reserved 
status niet te zetten, behalve als een programma - 
bijvoorbeeld een Ramdisk - een segment voor eigen gebruik 
zeker wil stellen.


Naam   : DeAlloc
Nummer : 20
Functie: Teruggeven van een segment
In     : HL = Segmentcode

Bij het verlaten van een programma dient deze functie gebruikt 
te worden om alle aangevraagde segmenten weer terug te geven 
aan MemMan. De eventuele reserved status van het terug te 
geven segment wordt door DeAlloc automatisch opgeheven.
Segmenten die  ook door  DOS2 beheerd  worden, worden  door de 
DeAlloc functie weer ter beschikking gesteld van DOS2.


Naam   : ClrRes
Nummer : 21
Functie: Reserved status van het segment opheffen
In     : HL = Segmentcode

Het is niet nodig deze functie vlak voor DeAlloc aan te 
roepen. DeAlloc heft zelf de Reserved status van het segment 
op.


Naam   : IniChk
Nummer : 30
Functie: Initialisatie MemMan voor een programma
In     : A  = Controle code
Uit    : A  = Controle code + "M"
         DE = Versie nummer (format: Versie #D.E)

Deze routine telt de ascii-waarde van de letter "M" op bij de 
inhoud van register A. Hierdoor kan er een MemMan 
aanwezigheids controle uitgevoerd worden. Verder wordt er een 
unCrash uitgevoerd en worden de segmentcodes van de actief 
aangeschakelde sloten berekend en opgeslagen voor CurSeg.
De IniChk functie mag slechts n keer door ieder MemMan 
toepassings programma aangeroepen worden. Dit aanroepen van 
IniChk dient te gebeuren voordat de overige functies van 
MemMan aangeroepen worden. TSR programma's mogen de IniChk 
functie nooit aanroepen.


Naam   : Status
Nummer : 31
Functie: Statusgegevens van MemMan ophalen
Uit    : HL = Aantal aanwezige segmenten
         BC = Aantal nog vrije segmenten
         DE = Aantal segmenten in dubbel beheer bij DOS2 en 
              MemMan
         A  = Connected Status van de aangesloten hardware.
              Bit   Functie
               0    1=Dos2 Mapper Support Routines aanwezig
              1-7   Gereserveerd, altijd 0

Als bit 0 van de Connected status gezet is, zijn de 
geheugenbeheer functies van DOS 2.20 aanwezig.


Naam   : CurSeg
Nummer : 32
Functie: Segmentcode van een aangeschakeld segment opvragen.
In     : B  = Paginanummer (0,1,2,3)
Uit    : HL = Segmentcode
         A  = Segmentsoort code (255 = FSeg, 0 = Pseg)

Deze routine geeft de huidige segmentcode terug van een van de 
vier pagina's.

TSR programma's mogen deze functie niet gebruiken om het 
actieve segment in geheugen pagina 0 te bepalen. Om tijd te 
sparen wordt deze stand niet automatisch bepaald en opgeslagen 
bij de aanroep van een TSR. De actieve segmenten in de 
pagina's 1 en 2 worden echter bij iedere hook-aanroep opnieuw 
bepaald en kunnen ten alle tijde via deze functie opgevraagd 
worden. Omdat in pagina 3 altijd hetzelfde segment actief is, 
is ook de segmentcode van pagina 3 altijd opvraagbaar.

Een snellere variant van deze functie is FastCurSeg routine. 
gebruikt. Het adres waarop deze routine aangeroepen kan worden 
is via de Info functie (50) op te vragen.


Naam   : StoSeg
Nummer : 40
Functie: Huidige segmentstand opslaan
In     : HL = Buffer adres (9 bytes groot)

De voor MemMan bekende segmentcodes van de actief 
aangeschakelde sloten worden opgeslagen in de buffer. Deze 
segmentcodes zijn in beginsel door IniChk berekend en later 
door de Use-functies bijgewerkt. De opgeslagen stand is niet de 
huidige stand, maar de voor MemMan bekende stand. TSR's kunnen 
hiermee dus niet de actieve stand opslaan.

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook. Deze functie mag alleen worden uitgevoerd door een 
     rechtstreekse aanroep van de MemMan functie 
     afhandelingsroutine. Het adres waarop deze routine 
     aangeroepen kan worden, kan via de info functie (50) 
     worden verkregen.
     Natuurlijk kunnen ook de (Fast)CurSeg functies gebruikt 
     worden om de momentele segment-stand op te vragen.


Naam   : RstSeg
Nummer : 41
Functie: Opgeslagen segmentstand actief maken
In     : HL = Buffer adres

De in de buffer opgeslagen segmentstand wordt weer actief 
gemaakt en wordt opgeslagen voor CurSeg.

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook. Deze functie mag alleen worden uitgevoerd door een 
     rechtstreekse aanroep van de MemMan functie 
     afhandelingsroutine. Het adres waarop deze routine 
     aangeroepen kan worden, kan via de info functie (50) 
     worden verkregen.
     Natuurlijk kunnen ook de (Fast)Use functies gebruikt 
     worden om een segment-stand te herstellen.


Naam   : Info
Nummer : 50
Functie: Geeft informatie over onder andere aanroepadressen van 
	 MemMan functies
In     : B  = Informatie nummer (0..8)
Uit    : HL = Informatie

Informatienummeroverzicht. Tussen haakjes staan de equivalente 
MemMan functiecodes:

0 - Aanroepadres van FastUse0 (functie 0)
1 - Aanroepadres van FastUse1 (functie 1)
2 - Aanroepadres van FastUse2 (functie 2)
3 - Aanroepadres van TsrCall  (functie 63)
4 - Aanroepadres van BasicCall
5 - Aanroepadres van FastCurSeg (functie 32)
6 - Aanroepadres van MemMan, de functie-afhandelingsroutine
7 - Versienummer van MemMan, format: Versie #H.L
8 - Aanroepadres van XTsrCall (functie 61)

De bovengenoemde functie-adressen mogen door een 
toepassingsprogramma of TSR rechtstreeks worden aangeroepen. 
Alle entry-adressen liggen gegarandeerd in pagina 3.

De functies worden snel uitgevoerd omdat de MemMan CALL naar 
de EXTBIO hook vervalt en de functiecodes in registers D en E 
niet uitgeplozen hoeven worden. Een ander voordeel is dat 
parameters ook via het register DE doorgegeven kunnen worden, 
dit is vooral van belang bij de TsrCall en BasicCall functies.

Bijvoorbeeld, de initialisatieroutine van een TSR kan de 
benodigde functieadressen via de INFO functie opvragen en deze 
vervolgens voor later gebruik in de TSR-programmacode opslaan, 
wat de snelheid van het TSR-programma zeer ten goede kan komen.

Een exacte beschrijving van de bovenstaande functies kan 
gevonden worden bij de MemMan functie waarvan het nummer 
tussen haakjes is aangegeven.
Houd echter onder de aandacht dat de `snelle' functies op de 
volgende punten van de gewone MemMan functies verschillen:

FastUse0-2: Schakelt een segment in in een bepaalde geheugen 
            pagina. Zie de omschrijving bij de memMan `Use' 
            functies.

TsrCall   : Register [DE] wordt ongewijzigd aan de TSR 
            doorgegeven. Dit in tegenstelling tot functie 63 
            (TsrCall), register DE is dan al bezet om het 
            MemMan functienummer in op te slaan.

XTsrCall  : Alle main registers (AF,HL,BC,DE) worden 
            ongewijzigd aan de TSR doorgegeven. De TSR-ID code 
            dient in register IX te worden geplaatst.

BasicCall : Heeft geen MemMan functie nummer.
            Functie: Aanroepen van een routine in de BASIC 
                     ROM.
            In:      IX = Call address in pagina 0 of 1
                     AF,HL,BC,DE = dataregisters voor de 
                     BASIC-ROM
            Uit:     AF,HL,BC,E = dataregisters van de 
                     BASIC-ROM
                     Interrupts disabled

            Via deze functie kunnen TSR's een routine 
            aanroepen die zich in pagina 0 en/of pagina 1 van 
	    het BASIC-ROM bevindt. De BIOS moet al in pagina 0 
            aangeschakeld zijn. In pagina 1 wordt de BASIC ROM 
	    door MemMan ingeschakeld.
            Dit is bijvoorbeeld noodzakelijk om de math-pack 
            routines aan te kunnen roepen die in pagina 0 van 
            de BASIC ROM zitten, maar tussendoor ook een 
            aantal routines in pagina 1 aanroepen.
	    De H.STKE (stack error) hook wordt afgebogen, zodat 
	    na een eventueel opgetreden BASIC error de interne 
	    stacks van MemMan gereset kunnen worden.

FastCurSeg: In register [A] komt geen zinnige waarde terug. De 
            MemMan CurSeg functie (32) geeft aan of het een 
            FSEG/PSEG betreft.

MemMan	  : Heeft geen MemMan functienummer
            Functie: Rechtstreeks aanroepen van een MemMan 
                     functie.
            In:      E=MemMan functienummer
                     AF,HL,BC = Dataregisters afhankelijk van 
                     de aan te roepen functie.
            Uit:     AF,HL,BC,DE = dataregisters afhankelijk 
                     van de aangeroepen functie.

            Een aanroep van deze routine heeft hetzelfde 
            effect als het aanroepen van een MemMan functie 
            via de EXTBIO hook. Doordat echter de aanroep naar 
            de EXTBIO hook vervalt, worden de overige 
            uitbreidingen die aan deze hook gekoppeld zijn 
            niet aangeroepen. Hierdoor blijft het stack 
            gebruik beperkt en wordt de verwerkingssnelheid 
            verhoogd.


Naam   : XTsrCall
Nummer : 61
Functie: Roep het driver-entry van een TSR aan
In     : IX = ID code van de aan te roepen TSR
         AF,HL,DE,BC worden ongewijzigd doorgeven aan de TSR.
Uit    : AF,HL,BC,DE komen ongewijzigd terug van de TSR.

Deze functie is een verbeterde versie van de functie TsrCall 
(63). Omdat met deze functie alle main-registers aan de TSR 
kunnen worden doorgegeven, verdient het aanbeveling om deze 
functie te gebruiken in plaats van functie 63.

Opm: Deze functie mag niet worden aangeroepen via de EXTBIO 
     hook, omdat bij een aanroep via EXTBIO het IX-register 
     verminkt wordt. Roep deze functie daarom rechtstreeks 
     aan, of gebruik de MemMan functie-afhandelingsroutine. De 
     adressen waarop deze routines aangeroepen kunnen worden, 
     kunnen via de info functie (50) worden opgevraagd.


Naam   : GetTsrID
Nummer : 62
Functie: Bepaal TSR ID code
In     : HL = Pointer naar de TsrNaam (12 tekens). Ongebruikte 
              posities opvullen met spaties.
Uit    : Gevonden: Carry clear (NC)
                   BC = TSR ID code
         Anders  : Carry set (C)


Naam   : TsrCall
Nummer : 63
Functie: Roep het driver-entry van een TSR aan
In     : BC = ID code van de aan te roepen TSR
         AF,HL,DE worden ongewijzigd doorgeven aan de TSR.
Uit    : AF,HL,BC,DE komen ongewijzigd terug van de TSR.

Merk op dat alhoewel het DE register ongewijzigd aan de TSR 
wordt doorgegeven, het niet voor parameter-invoer benut kan 
worden. De Extended BIOS functiecode van MemMan (D='M' E=63) 
moet namelijk in dat register geplaatst worden.
Bij de Fast-TsrCall routine treedt deze complicatie niet op; 
het adres van deze routine kan middels de info functie 
opgevraagd worden.


Naam   : HeapAlloc
Nummer : 70
Functie: Alloceer ruimte in de heap
In     : HL = Gewenste grootte van de ruimte (in bytes)
Uit    : Genoeg ruimte: HL = Startadres van de ruimte
         Anders       : HL = 0000

Door middel van deze functie kan een stuk geheugen gealloceerd 
worden. Het geheugenblok zal zich gegarandeerd in pagina 3 
bevinden.
De heap is vooral nuttig voor TSR programma's, die hem 
bijvoorbeeld als tijdelijke of permanente diskbuffer kunnen 
gebruiken. Ook andere buffers - waarvan het absoluut 
noodzakelijk is dat ze zich in pagina 3 bevinden - kunnen op 
de heap worden geplaatst.
Aangevraagde blokken geheugen uit de heap blijven onbruikbaar 
voor andere programma's totdat een `HeapDeAlloc' is uitgevoerd 
(functie 71).
De grootte van de heap kan worden ingesteld door middel van 
het configuratieprogramma CFGMMAN.


Naam   : HeapDeAlloc
Nummer : 71
Functie: Geef geAlloceerde ruimte van de heap weer vrij
In     : HL = Startadres van de ruimte


Naam   : HeapMax
Nummer : 72
Functie: Geef  de lengte  van het grootste vrije blok geheugen 
         in de heap terug
Uit    : HL = Lengte van het grootste vrije blok


Gebruik van de stack onder MemMan
---------------------------------

MemMan toepassingsprogramma's dienen de stack pointer (SP) bij 
voorkeur in pagina 2 of 3 (tussen &h8000 en &HFFFF) te 
plaatsen. Indien MemMan door een hook-aanroep geactiveerd 
wordt, wordt het huidige segment in pagina 1 (&h4000 tot 
&h8000) namelijk weggeschakeld om plaats te maken voor de 
TSR-Manager en de eventuele TSR's. Indien de stack zich op dat 
moment in pagina 1 bevindt zal de computer vastlopen.

Indien TSR's na een BDOS call of interrupt via een BIOS-hook 
worden aangeroepen treden geen stackproblemen op; ook niet 
indien de stack van het toepassingsprogramma in pagina 1 
staat. De BDOS en interruptfuncties gebruiken namelijk hun 
eigen stack in pagina 3. De stack bevindt zich dan alsnog in 
pagina 3 op het moment dat de hook aangeroepen wordt.

Bestaande CP/M en MSX-DOS programmatuur is dus zonder 
problemen in combinatie met MemMan 2 te gebruiken - maar 
alleen indien de standaard BDOS calls gebruikt worden. Wanneer 
echter via een interslot call een BIOS routine rechtstreeks 
aangeroepen wordt, dient de stack in pagina 2 of 3 te staan. 
Reserveer in dat geval minimaal 250 bytes voor de stack.


Appendix 1: BIOS aanroepen onder Turbo Pascal

Indien in een Turbo Pascal programma interslot-calls naar de 
BIOS gebruikt worden, is het belangrijk dat de stack in pagina 
2 of 3 staat. Op het moment dat de BIOS dan een hook aanroept 
kan MemMan veilig de TSR's aktiveren. De positie van de stack 
is afhankelijk van het maximum programma adres dat tijdens de 
compilatie in Turbo Pascal is ingesteld. De stack bevindt zich 
in Turbo Pascal direkt onder het variabelen geheugen. Het 
variabelen geheugen dient bij programma's die de BIOS 
aanroepen dus ruim boven adres &h8000 geplaatst te worden.

Is geen source voorhanden, dan is het mogelijk om met een 
debugger het stack adres van Turbo Pascal programma's aan te 
passen. De initialisatie code van een TP programma ziet er als 
volgt uit:

  start: jp init
         ...
         ...
  init:  ld sp,100h
         ld hl,nn
         ld de,nn
         ld bc,nn
         call yy
         ld hl,nn
         ld de,stack    ;DE bevat het stack adres, hoeft
         ld bc,nn       ; alleen aangepast te worden als het
         call zz        ; lager is dan &h80A0
         ...

Het stackadres in register DE kan bijvoorbeeld op &hC100 gezet 
worden.

** Einde **
