	 

	 Screen Editor
	 -------------

	 De Screen Editor is een full-screen editor voor het ontwikkelen van tekst 
	 schermen met ondersteuning van inverse-video. De scherm kunnen met behulp 
	 van de meegeleverde hulp programma's in ieder mogelijk ander programma 
	 worden gebruikt.

	 Niet alleen de schermen, maar ook de tekens waarmee de schermen opgebouwd 
	 zijn, kunnen met de ingebouwde Pattern Editor naar eigen wens worden 
	 aangepast. Ook de pallet waarde van de vier gebruikte kleuren kunnen met 
	 de Color Editor naar eigen wens worden aangepast. Met de zeer krachtige 
	 blokopties kunnen kunnen schermdelen met een paar toetsdrukken worden 
	 gemanipuleerd. En als eerste MSX programma kan de Screen Editor lijnen 
	 tekenen op het tekstscherm door de juiste tekens op het scherm te 
	 plaatsen. Alles natuurlijk op een zeer gebruiksvriendelijke en razend 
	 snelle manier.

	 -------------

	 De editor werkt altijd in de Edit Mode. Van daaruit kan het hoofdmenu 
	 opgeroepen worden door een druk op de ESCape toets. Op de bovenste regel 
	 verschijnt nu het menu met opties, welke met de eerste letter 
	 geselecteerd kunnen worden.

	 Op ieder moment kan met ESCape terug worden gekeerd naar de Edit Mode. De 
	 menuregel wordt over de bovenste regel van het scherm geplaatst. Soms kan 
	 dit lastig zijn, daarom kan op ieder moment met een druk op de SELect 
	 toets de menuregel tussen de bovenste en onderste schermregel worden 
	 gewisseld.


	 De Edit Mode
	 ------------

	 In de Edit Mode kan het scherm ontwikkeld worden. Iedere toetsdruk die 
	 een teken met de ASCII waarde tussen de 32 en de 126 oplevert wordt 
	 meteen in het scherm geplaatst, alle andere toetsdrukken zijn stuurcodes 
	 voor het programma. De andere tekens kunnen met een menuoptie worden 
	 opgeroepen.

	 Het cursor blok geeft aan waar het teken op het scherm komt te staan. Met 
	 de pijltoetsen kan de cursor een positie in de gewenste richting worden 
	 bewogen. Als de Shift-toets gelijktijdig met een van de pijl-toetsen 
	 wordt ingehouden, dan zal de cursor niet n positie, maar acht posities 
	 in de X-richting of 4 regels in de Y-richting worden verplaatst. Door de 
	 Control-toets gelijktijdig met een van de pijltoetsen in te houden wordt 
	 de cursor tegen de rand van het scherm geplaatst.

	 Met de RETurn toets kan het inverse scherm onder de cursor aan of uit 
	 worden gezet. Grotere schermdelen kunnen inverse worden gemaakt of gewist 
	 met een van de blokfuncties.

	 Speciale tekens die niet met een toetsdruk op het scherm kunnen worden 
	 gezet, kunnen met de functietoets F1 opgeroepen worden. Via de menu optie 
	 FastKey kan een teken onder deze toets worden geplaatst. Met de 
	 functietoets F2 wordt het teken op de positie van de cursor opgehaald en 
	 onder de functietoets F1 geplaatst.

	 Met de functietoets F5 kan informatie over de huidige cursor positie 
	 worden opgevraagd. De decimale X en Y coordinaten en het decimale en 
	 hexadecimale videoram adres van de cursor worden in de linker bovenhoek 
	 van het scherm geplaatst. Na een druk op een willekeurige toets 
	 verwijdenen ze weer.


	 De menu opties
	 --------------
	    
	 Het hoofdmenu kan vanuit de Edit Mode met de ESCape toets opgeroepen 
	 worden. Vanuit iedere opties die vanuit het menu op te roepen is, kan 
	 worden terug gekeerd naar de Edit Mode door nogmaals op ESCape te 
	 drukken.

	 De menu regel staat boven of onder aan het scherm en met een druk op de 
	 SELect toets kan de menu regel aan de andere kant van het scherm 
	 geplaatst worden.

	 In het hoofdmenu zijn de volgende opties beschikbaar:
			  
	 - FastKey	  Vanuit deze optie kan een speciaal teken onder de 
			  functietoets F1 geplaatst worden. De menu regel wordt 
			  vervangen door een regel waarop een deel van alle 
			  tekens te zien zijn. De cursor voor deze regel is het 
			  missende inverse blokje in de menuregel.

			  Met de toetsen links en rechts kan een teken uit de 
			  menu regel gekozen worden. Door de Shift toets in te 
			  houden kan met stappen van 10 tekens tegelijk naar 
			  links en naar rechts gesprongen worden.

			  Door op RETurn te drukken wordt het teken opde positie 
			  vn de cursor onder de functietoets F1 opgeslagen en 
			  wordt er meteen terugekeerd naar de Edit Mode.

			  Om het kiezen van het juiste teken eenvoudiger te 
			  maken,staan links van de keuze regel het karakternummer 
			  en het teken nog eens afgebeeld.

	 - Block 	  Hiermee kan naar het blok-menu gesprongen worden. 
			  Verderop staan de blokfuncties uitgelegd.

	 - Advance	  Hiermee kan de beweeg richting van de cursor worden 
			  gewijzigd. Standaard is deze naar rechts, maar bij het 
			  typen van vertikale tekst bijvoorbeeld kan de richting 
			  met deze optie gewijzigd worden. De mogelijke 
			  richtingen zijn Left, Right, Up en Down. De keuze kan 
			  met een van de vier lettertoetsen gemaakt worden, maar 
			  ook de vier cursortoetsen kunnen gebruikt worden.

	 - Colors	  Dit is de kleuren editor. Verderop staat deze Color 
			  Editor beschreven.

	 - Pattern	  Dit is de karakterset editor. Verderop staat deze 
			  Pattern Editor beschreven.

	 - Directory	  Hiermee kan een overzicht van de op disk aanwezige 
			  files worden verkregen. De bestanden worden gezocht in 
			  de actieve directory op de actieve drive.

			  De extensies die door de Screen Editor gebruikt worden:
				.SCR  Screen, volledig scherm
				.BLK  Block, schermdeel
				.PAT  Karakterset inclusief de Window Characters

	 - Load		  Hiermee kan een scherm of karakterset opgeslagen 
			  worden. Er wordt een nieuwe men afgebeeld dat ook bij 
			  Save gebruikt wordt. Links op de menu regel staat 
			  tussen haakjes vermeld welke disk actie er met de 
			  opties geactiveerd wordt.

			  De menu regel bevat nu een drietal mogelijkheden. Met 
			  de optie Screen kan het inverse- en tekstscherm 
			  ingeladen worden, met de optie Pattern kan de 
			  karakterset ingeladen worden. En met Block kan een blok 
			  worden ingeladen, dit staat bij de blok-funkties verder 
			  uitgelegd. Met ESCape kan worden teruggekeerd naar de 
			  Edit Mode.

			  Na de keuze van de juiste optie moet de naam van het 
			  bestand worden opgegeven. De naam kan maximaal acht 
			  tekens lang zijn en de extensie wordt bepaald door de 
			  gekozen optie (SCR/PAT/BLK). Tijdens het wijzigen van 
			  de naam kan met de HOME toets het gehele veld geleegd 
			  worden. Met de BS toets kan het laatste teken worden 
			  verwijderd. Door op ESCape te drukken wordt er 
			  teruggekeerd naar de Edit Mode.

			  Met de RETurn toets wordt de disk actie in werking 
			  gezet. Mocht er een fout optreden, dan komt de 
			  foutmelding op de menu regel te staan en moet er op 
			  ESCape worden gedrukt.

			  Er wordt door het programma NIET gecontroleerd of de 
			  laatste wijzigingen aan het werkscherm al opgeslagen 
			  zijn, alvorens een nieuw scherm ingeladen wordt! Let 
			  dus goed op bij het inladen van een nieuw scherm.

	 - Save		  Deze optie gaat naar hetzelfde menu als bij Load 
			  beschreven, alleen wordt nu het scherm of de 
			  karakterset op disk bewaard. Zie de optie Load voor een 
			  beschrijving van de mogelijkheden.

	 - Erase 	  Met deze optie kan het hele scherm gewist worden. Zowel 
			  het tekst- als inversescherm alsook de karakterset 
			  worden gewist. Om te voorkomen dat deze optie per 
			  ongeluk gekozen wordt, moet er eerst een bestiging van 
			  de uit te voeren actie gegeven worden. Door de 
			  bevestigingsvraag met de Y-toets (yes) te beantwoorden 
			  wordt het scherm gewist. Iedere andere toets keert 
			  meteen terug naar de Edit Mode.

	 - Window	  Deze optie geeft een submenu van waaruit de lijn-teken 
			  mogelijkheden gekozen kunnen worden. Verderop staat 
			  deze functie apart beschreven.

	 - Quit		  Hiermee kan de Screen Editor worden verlaten. Als er 
			  nog wijzigingen aan het scherm zijn aangebracht, welke 
			  nog niet op disk bewaard zijn, dan wordt er NIET om een 
			  bevestiging gevraagd. Let dus goed op of de laatste 
			  wijzigingen bewaard zijn!


	 De blok opties
	 --------------

	 Vanuit het Block menu kunnen alle blokopties geactiveerd worden. Ook 
	 ESCape en SELect werken hier natuurlijk weer.

	 Nadat een van de opties gekozen is, treed de functie meteen in werking. 
	 De linker bovenhoek van het blok wordt bepaald door de positie van de 
	 cursor op het moment dat de optie geactiveerd werd. Vanuit deze positie 
	 kan er alleen maar naar rechts en naar de onderkant van het scherm 
	 gewerkt worden.

	 Met de pijltoetsen kunnen de afmetingen van het blok gewijzigd worden. 
	 Net als in de Edit Mode kan ook hier met de Shift- en Controltoets de 
	 cursor in grotere stappen over het scherm verplaatst worden. De linker- 
	 en bovenkant van het scherm worden bepaald door de linker bovenhoek van 
	 het blok.

	 Door op RETurn te drukken wordt de blok-optie beEindigd en blijven de 
	 wijzigingen actief. Met de ESCape toets kan de blok-functie uit worden 
	 gezet en worden de wijzigingen niet opgeslagen. Na een van deze 
	 toetsdrukken wordt er weer teruggekeerd naar de Edit Mode.

	 Bij de blok kopieer functie moet eerst het te kopieren blok geselecteerd 
	 worden. De afmetingingen van het blok worden gemarkeerd door het inverse 
	 scherm. Overal waar het blok staat, is het inverse scherm geinverteerd 
	 ten opzichte van het scherm in de Edit Mode.

	 Met de RETurn toets wordt de selectie van het te kopieren blok afgesloten 
	 en wordt de kopieer functie geactiveerd. Nu kan het geselecteerde blok 
	 met de pijltoetsen worden verplaatst over het scherm. Na iedere 
	 verplaatsing van het blok wordt het scherm opnieuw geconstrueerd, zodat 
	 het uiteindelijke scherm - als het blok gekopieerd is - meteen zichtbaar 
	 is. Door nogmaals op RETurn te drukken wordt de kopie opgeslagen. Met de 
	 ESCape toets kan ten alle tijdens worden teruggekeerd naar de EditMode.

	 De opties die vanuit het blok menu gekozen kunnen worden:

	 - Erase 	 Hiermee wordt zowel het tekst scherm als het inverse 
			 scherm van het geselecteerde blok gewist.

	 - Copy		 Het tekst scherm en het inverse scherm van het 
			 geselecteerde blok worden naar de nieuwe positie 
			 gekopieerd.

			 De blok kopieer funktie is beveiligd tegen doorkopieren. 
			 Dit zou kunnen voorkomen als een blok een regel omlaag 
			 gekopieerd wordt. Dan zou eerst de eerste regel over de 
			 nog te kopieren tweede regel geplaatst worden, waarna de 
			 tweede regel dus niet meer de juiste inhoud bevat. Dan 
			 zou dus weer de inhoud van de eerste regel over de derde 
			 regel worden geplaatst enzovoort. Uiteindlijk zou het 
			 hele blok dan de inhoud van de eerste regel van het blok 
			 bevatten. Dit gebeurt dus niet.

	 - Fill inverse	 In het geselecteerde blok worden het inverse scherm 
			 geactiveerd.

	 - Spaces fill	 Overal in het geselecteerde blok worden spaties op het 
			 tekst scherm geplaatst.

	 - Inverse erase  Het inversescherm wordt uitgezet in het geselecteerde 
			 blok.

	 - cHaracter fill Hiermee kan een schermdeel gevuld worden met een 
			 opgegeven teken. Nadat deze optie is geselecteerd kan 
			 het gewenste teken worden uitgekozen. Dit gaat op 
			 dezelfde manier als bij FastKey.

	 Verder kan er ook een scherm blok naar disk worden geschreven of van disk 
	 worden geladen. Een blok dat naar disk geschreven kan worden, bestaat 
	 altijd uit een aantal hele schermregels. Het is dus (nog) niet mogelijk 
	 een blok naar disk te schrijven dat smaller is dan het scherm.

	 Als de optie block-save gekozen is moet eerst de naam worden ingevoerd, 
	 de extensie is automatisch .BLK. Dit gaat op dezelfde manier al 
	 beschrevem bij Load. Daarna kan kunnen de gewenste schermregels gekozen 
	 worden. De eerste regel is de regel waarop de cursor stond bij het 
	 selecteren van deze optie. Nu kan door de cursor omhoog of omlaag te 
	 bewegen het gewenste schermdeel gekozen worden. Door op RETurn te drukken 
	 wordt het schermdeel naar disk weggeschreven. Met ESCape kan naar de Edit 
	 Mode worden teruggekeerd.

	 Bij de block-load optie moet ook eerst de naam ingevoerd worden, de 
	 extensie is automatisch .BLK. Nu wordt het scherm ingeladen en kan met, 
	 net als bij de block-kopier optie, op de juiste plaats het op het scherm 
	 worden gezet. Door op RETurn te drukken wordt het op die positie over de 
	 oude gegevens heengezet. Met ESCape kan naar de Edit Mode worden 
	 teruggekeerd.


	 De Color Editor
	 ---------------

	 Met de Color Editor kunnen de pallet waarden van de vier gebruikte 
	 kleuren worden gewijzigd. Voor iedere kleur kunnen de Rood, Groen en 
	 Blauw waarden worden aanpast.

	 Het Edit scherm wordt gewist en in het midden van het lege scherm wordt 
	 de Color Editor geactiveerd. In dit scherm staan de waarde van de vier 
	 kleuren. Met de cursor wordt de te wijzigen waarde aangegeven. Met de 
	 pijltoetsen kan de cursor naar een van de waarden worden verplaatst.

	 Door op een van de getaltoetsen 0 tot en met 7 te drukken kan de waarde 
	 direct worden gewijzigd. Ook kan met de toetsen plus (+) en min (-) de 
	 waarde met n stap worden gewijzigd.

	 Door op RETurn te drukken worden de nieuwe waarde bewaard, met ESCape 
	 kunnen de oude waarde hersteld worden. Na een van deze toetsdrukken wordt 
	 er teruggekeerd naar de Edit Mode.

	 De palletwaarden van de kleuren worden bij de Save-Screen funktie 
	 opgeslagen op disk. Als er een nieuw Screen wordt ingeladen, dan worden 
	 ook de palletwaarden van de kleuren ingeladen en actief gemaakt. Bij de 
	 Save-Block funktie worden de palletwaarden niet op disk opgeslagen.


	 De Pattern Editor
	 -----------------

	 Met deze karakterset editor kan een eigen karakterset ontwikkeld worden. 
	 De tekens met de waarden 0 tot en met 254 kunnen worden gewijzigd. Het is 
	 niet mogelijk het teken van de cursor (nummer 255) te editten.

	 Let op bij het wijzigen van de spatie (nummer 032), deze wordt door de 
	 Screen Editor gebruikt als wis-teken. Een leeg scherm is altijd opgebouwd 
	 uit spaties.

	 Nadat de Pattern Editor geactiveerd is moet er eerst een teken 
	 geselecteerd worden. Dit gaan op dezelfde manier als bij FastKey 
	 beschreven is.

	 Nadat de keuze gemaakt is wordt het hele scherm gewist en wordt in het 
	 midden van het scherm de Pattern Editor geactiveerd. Links in de Pattern 
	 Editor kan de karakter matrix gewijzigd worden. Rechts staat het te 
	 editten teken alleen n in groepsverband, op het inverse scherm n het 
	 normale scherm, zodat een goed beeld van het te ontwikkelen teken 
	 verkregen kan worden.

	 De achtergrond van de twee meest rechtse bits van de karaktermatrix zijn 
	 anders van kleur om aan te geven dat deze bits niet kunnen worden 
	 afgedrukt. Ze kunnen echter wel worden gewijzigd, zodat de karakterset 
	 ook gebruikt kan worden op andere schermmodes waarin deze bits wel nodig 
	 zijn. Ook bij het roteren van een karakter zijn deze bits nodig.

	 Onderaan het scherm staan de toetsen die gebruikt kunnen worden om 
	 verschillende opties te activeren.

	 Met de SPATIEbalk kan een bit in de matrix worden gezet of gewist. Door 
	 op de HOME toets te drukken wordt de hele matrix gewist.

	 Door op RETurn te drukken wordt de nieuwe matrix overgenomen in de 
	 karakterset. Als dit niet gewenst is, dan kan de ESCape toets de oude 
	 matrix hersteld worden. In beide gevallen wordt er terug gekeerd naar de 
	 Edit Mode.

	 Met de INSert toets kan een maxtrix van een ander teken opgehaald worden 
	 en overgenomen worden. Na de druk op de INSert toets moet er weer een 
	 teken uitgekozen worden. Als het teken met RETurn geselecteerd is, dan 
	 wordt de matrix gekopieerd. Als er op ESCape gedrukt is, dan kan er 
	 gewoon verder geedit worden aan de gewone matrix.

	 Bovenaan het scherm staan de verschillende funkties die op het teken 
	 kunnen worden toegepast.

	 Met de mirror funkties (X en Y) kan het teken om zijn horizontale of 
	 vertikale as gespiegeld worden. De Roteer optie draait het teken 90 
	 graden rechtsom en Invert zorgt ervoor dat het teken geinverteerd wordt.


	 Lijnen tekenen
	 --------------

	 Met de Fastkey optie kunnen de tekens uitgekozen worden waarmee lijnen 
	 getekend kunnen worden en dan kunnen kaders gemaakt worden. Een probleem 
	 is echter dat een kader al snel uit zes verschillende tekens bestaat en 
	 dat voor ieder teken de Fastkey optie gebruikt moet worden en erg snel en 
	 efficient werken is dat toch niet te noemen.

	 Het is ook mogelijk de lijnen door de Screen Editor te laten trekken. 
	 Vanuit het Window menu kan de optie Draw gekozen worden om lijnen te 
	 tekenen. Bij het verplaatsen van de cursor in een van de richtingen wordt 
	 er een stukje lijn getekend. Het programma kiest automatisch het juiste 
	 teken dat er ingevuld moet worden.

	 Als de cursor na de verplaatsing in de opgegeven richting op een andere 
	 lijn terecht komt, dan worden de twee lijnen aan elkaar gekoppeld. Het 
	 programma kiest weer welk teken er genomen moet worden.

	 Bij het nemen van een hoek staat de cursor altijd op een horizontaal of 
	 vertikaal stukje lijn. Het programma kijkt dan eerst of de lijn in beide 
	 richtingen doorloopt en maakt er dan een t-stuk van, anders wordt er een 
	 hoekstuk van gemaakt.

	 Als de cursor van een teken af bewogen wordt tekent de Draw funktie een 
	 stukje lijn vanuit het midden van het teken in de richting waarin de 
	 cursor bewogen wordt. Als de cursor op een teken terecht komt, dan tekent 
	 de Draw funktie een stukje lijn uit de richting dat de cursor komt tot 
	 het midden van het teken.

	 Als er een verkeerd stukje lijn getrokken wordt, dan kan met de Erase 
	 optie vanuit het Window menu de omgekeerde funktie van Draw geactiveerd 
	 worden. Erase wist het stukje lijn van het teken in de richting waarin de 
	 cursor verplaatst wordt. Dus van een kruising wordt een t-stuk gemaakt en 
	 van een t-stuk omlaag bijvoorbeeld wordt een rechte lijn gemaakt als de 
	 cursor omlaag wordt bewogen.

	 Ook het teken waarop de cursor terecht komt nadat deze verplaatst is 
	 wordt aangepast. Twee lijnen die eerste door een koppelstuk aan elkaar 
	 zaten, worden door het programma losgemaakt en er ontstaat een 
	 doorlopende lijn.

	 Als de cursor van een teken af bewogen wordt, dan wist de Erase funktie 
	 het stukje lijn vanaf het midden van het teken in de richting dat de 
	 cursor bewogen wordt. Als de cursor op een teken terecht komt, dan wordt 
	 het lijnstukje gewist uit de richting waar de cursor vandaan kwam tot het 
	 midden van het teken.

	 De tekens die het programma kiest voor het trekken van de lijnen zijn ook 
	 in te stellen. Met de Characters optie in het Windows menu kunnen deze 
	 veranderd worden. Er verschijnt dan een kader in het midden van het 
	 scherm waarin de verschillend tekens afgebeeld zijn. De cursor kan op een 
	 van deze tekens geplaatst worden, waarna met een druk op de spatiebalk 
	 de bekende teken-uitkies regel op het scherm komt te staan. Nu kan er een 
	 nieuw teken uitgekozen worden en met RETurn worden vastgezet.

	 In de Edit Mode is aan het in de linker bovenhoek knipperende inverse 
	 teken te zien dat de Draw of Erase funktie aan staat. Door op ESCape te 
	 drukken wordt de Draw of Erase mode uitgezet en stopt het inverse blokje 
	 met knipperen.

